Kompas

Weetjes

Een kompas werkt met magnetische velden. De naald van het kompas reageert op het magnetische noorden.
IJzer en staal storen de magnetische velden, blijf daar uit de buurt. Ga bijvoorbeeld niet in een auto zitten, of onder een hoogspanningsmast staan.
Houd het kompas altijd horizontaal, anders functioneert het mechanisme niet goed.

Tips

Draag het kompas aan je nek. Zo raak je het niet kwijt en de kans op fouten is kleiner.
Ga niet onder een hoogspanningsmast staan, een kompas is magnetisch en raakt daardoor verstoord. Ook in een auto zitten, of bij een lantaarnpaal staan kan verstoring geven aan je kompas.

Windroos

De windroos heeft 4 hoofdwindstreken. Noord, Oost, Zuid en West. In totaal zijn er 32 windstreken.
De windroos kan ook verdeeld worden in graden (360°).

De graden en streken verdeling kan zowel oost om als west om voorkomen.
Oost-om is het als je rekent van het Noorden over het Oosten naar het Zuiden over het Westen.
West-om is het als je rekent van het Noorden over het Westen naar het Zuiden over het Oosten.
Voorbeelden:
10° Oost-om = 350°
270° West-om = 90°
123° Oost-om = 237°
windroos
windrichtingen


Handgreep 1

Handgreep 1

Een op de kaart uitgezette richting overnemen op het kompas.

Je wilt van punt A op de kaart naar punt B. Trek een dunne potloodlijn van A naar B. Zet het kompas met de richtingszijde langs deze lijn. Draai nu de roos van het kompas zodanig, dat de NZ-lijn van het kompas evenwijdig loopt met de verticale (N-Z) lijnen van de kaart (het N naar de bovenkant van de kaart wijzend). Lees nu bij het afleespunt de gezochte richting af.
DE NAALD BLIJFT BIJ DEZE HANDGREEP BUITEN BESCHOUWING!


Handgreep 2

Handgreep 2

De op het kompas ingestelde richting overbrengen in het terrein

Voorbeeld-opdracht: Loop 30°
Zo ga je te werk
Stel je kompas in op 30°
Doe nu het koordje om je nek, hou het kompas met gestrekte arm voor je. Je kijkt naar de naald. Je draait niet meer aan de roos, deze blijft op 30°
Nu draai je jezelf zolang tot de naald tussen de twee gele streepjes valt.
Als dat het geval is, kijk je door de gleuf in de richting waar je heen moet.


Handgreep 3

Een richting in het terrein op het kompas instellen

Het omgekeerde van handgreep 2. Voorbeeld-opdracht: Op hoeveel graden staat de grote boom? Doe het koordje om je nek. Je kijkt over het vizier de boom. Vervolgens draai je de roos, tot de naald tussen de twee gele streepjes valt. Bij het afleespunt zie je de gevonden richting.


Handgreep 4

Handgreep4

Een op het kompas ingestelde richting overbrengen op de kaart of op papier

Het omgekeerde van handgreep 1.
Voorbeeld-opdracht: Loop op de kaart 2 km op 115°.
Zoek op de kaart op waar je nu bent. Leg het kompas met de zijkant tegen punt A aan. Draai het hele kompas (niet alleen de roos)
zodanig dat de NZ-lijn op het kompas evenwijdig loopt met de verticale (N-Z) lijnen van de kaart.
Trek nu langs de de richtingszijde van het kompas een lijn, te beginnen in punt A.
Verleng deze lijn naar 2 km (een hokje is een km). Aan het einde van de lijn ligt het eindpunt.
De naald blijft bij deze handgreep buiten beschouwing!

Het horloge als navigatie-instrument

Hoe raar het ook klinkt, het horloge kan makkelijk worden gebruikt om je koers te bepalen.
Voorwaarde is dan echter wel dat de zon schijnt, want daar maak je in dit geval namelijk gebruik van.
Allereerst moet je zeker weten dat je horloge op tijd loopt.
Een uur verschil met de werkelijke tijd kan namelijk een behoorlijk verschil in koers opleveren.
Deze methode gaat uit van het principe dat de zon altijd hetzelfde verloop vertoont: opkomst in het oosten, hoogste punt in het zuiden en ondergang in het westen.
Door dit vervolgens te vergelijken met de tijd die je horloge weergeeft kun je dus bepalen waar het zuiden en dus ook de andere windstreken) is.

Het werkt als volg:
1.Zorg dat je je horloge plat voor je hebt en dat de kleine wijzer naar de zon wijst.
2.Neem nu precies het middelste punt tussen de kleine wijzer de twaalf op de wijzerplaat (in de zomer neem je de elf, omdat er dan zomertijd geldt).
3.Dit punt geeft je de richting aan naar het zuiden.


Het noorden met behulp van de sterren

crossen

Crossen

Je staat op een kruispunt en hebt de opdracht gekregen om 500 meter in de richting van 30°te lopen.
Ga precies op het kruispunt staan.
Pas handgreep 2 toe.
Kijk door het vizier en bepaal een vast punt in de genoemde richting (een bosje, een huis, e.d.).
Loop naar dit punt en blijf verder van het kompas af.
Bij het bosje, of het huis, herhaal je de handeling.
Stel dat er geen vast punt is, laat dan iemand van je groep in de richting lopen, zover dat je elkaar nog kunt verstaan. Richt je kompas op de 30°, dirigeer de persoon zo dat hij precies op de 30° uitkomt en blijft staan. Loop naar hem/haar toe en herhaal de handeling.

Kruispeiling

Een toepassing van handgreep nummer 4 is de kruispeiling. Een kruispeiling gebruik je om te bepalen waar je op de kaart staat. Je hebt er twee herkenningspunten voor nodig die je in het landschap ziet liggen, maar die je ook terug kunt vinden op de kaart. Dit kunnen bijvoorbeeld kerktorens of zendmasten zijn. De plaatsbepaling verloopt in een aantal stappen:
Je schiet het eerste herkenningspunt met je kompas.
Laten we dit herkenningspunt A noemen.
Het tweede herkenningspunt is B en jouw eigen positie is X.
Je zoekt nu punt A op op de kaart.
Met behulp van kompashandgreep 4 breng je de op het kompas ingestelde richting over op de kaart.
Daarbij doe je net alsof je in punt A staat.
Als je nu de lijn door punt A naar achteren toe doortrekt zal deze door punt X gaan.
Vervolgens herhaal je deze vier stappen voor punt B.
Punt X ligt nu zowel op de doorgetrokken lijn door punt B als die door punt
Dit betekent niets anders dan dat punt X het snijpunt van deze twee lijnen is. Daarmee weet je dus waar je op de kaart bent! Als je nog een derde herkenningspunt gebruikt krijg je een indruk van hoe nauwkeurig je plaatsbepaling is. In theorie snijden alledrie de lijnen elkaar in
één punt, maar in de praktijk is dit bijna nooit het geval.
Hoe verder de snijpunten uit elkaar liggen, hoe groter de onzekerheid in je positiebepaling.

Terug naar boven