Brandbaarheid van houtsoorten

Op deze pagina wordt uitgelegd per bladvorm de naam van blad en de brandbaaarheid beschreven.
berk Berk: De schors en twijgen vormen goed aanmaakmateriaal. Berkenhout brandt snel en helder. Ideaal voor een snel vuur.
beuk Beuk: Geeft een goede, grote en regelmatige vlam. Zowel levend als dood goed brandbaar. Altijd goed.
dennenkegels Dennenkegels : Vormen goed aanmaakmateriaal. Het dennenhout brandt vlug weg. De as van de dennenkegels is ideaal voor het bakken van brood en om aardappels in te poffen.
eik Eik : Deze harde houtsoort geeft een bestendig vuur en vormt prima as.
es Es : Ook in vochtige toestand brandt dit hout goed en ruikt lekker
esdoorn Esdoorn: brandt goed, maar snel. Niet geschikt voor het aanmaken van een vuur. Verspreidt een scherpe geur.
hulst Hulst: Voldoet goed.
iep Iep: Brandt alleen in goed droge toestand. Slecht aanmaakmateriaal.
kastanje Kastanje: Mits dood en kurkdroog levert het goede hitte. Anders is het ongeschikt.
lariks Lariks: Gevaarlijk vanwege de vonkvorming. Liever niet gebruiken
linde Linde: Moet goed droog zijn en is het best te gebruiken met andere houtsoorten samen.
meidoorn Meidoorn: Levert goed aanmaakmateriaal en bakt het zoetste brood.
populier Populier: Brandt alleen als het gortdroog is en stinkt gemeen.


Soorten vuur

Afbeelding: Naam: Omschrijving:
piramide vuur Piramide vuur De basis voor elk vuur. Je bouwt de piramide door van binnen naar buiten hout tegen elkaar te zetten, dat dikker wordt naar gelang je verder van de kern afkomt. Laat aan de windkant de zogenaamde stookgang open, waardoor het vuur kan worden aangestoken.
commando vuur Commando vuur In een steile wand wordt vlak onder de rand een gat gegraven, waarin het vuur wordt gestookt. Loodrecht hierop maak je een gat, waardoor de vlammen omhoog komen en waarop je een pan kunt zetten. Het vuur kan alleen in redelijk stevige grond worden gegraven. Let op dat de schuingegraven ingang naar de wind staat. De vlammen komen dan omhoog. Je stookt het vuur door hout toe te voegen door de horizontale of schuine ingang.
dakota vuur Dakota vuur Dit vuur is een variant op het commandovuur. Je graaft als het ware een tunnel in de grond, waarin het vuur wordt gestookt. Ook dit vuur kan alleen in stevige grond worden aangelegd. Bij dit vuur ontstaat weinig warmteverlies.
houthakkersvuur Houthakkersvuur Het houthakkersvuur is een simpel kookvuur. Je legt twee moeilijk brandbare stammen of rijen stenen naast elkaar, waartussen zo een geul ontstaat. Aan de windkant is die geul het breedst en loopt dan langzaam naar elkaar toe. Daarboven wordt met enkele V-stokken een constructie gemaakt waar je een pan aan kunt ophangen.
jagersvuur Jagersvuur Het jagersvuur is eigenlijk het basisprincipe van het hiervoor beschreven houthakkersvuur. Hier worden de pannen echter onmiddellijk op de twee moeilijk brandbare stammen geplaatst. Je kunt eventueel kookstaven of een kookplaat gebruiken om de pannen op te zetten.
kraanvuur Kraanvuur Het kraanvuur ontstaan door met een lange tak een pan boven een teepeh (=piramide) -vuur te hangen.
padodevuur Pagodevuur

Het pagodevuur wordt veel toegepast wanneer een groot vuur moet worden gemaakt, bijvoorbeeld een kampvuur. Rond een teepeh-vuur worden stammen van dik naar dun opgestapeld.

reflectorvuur Reflectorvuur

De reflector wordt gemaakt van stevige, moeilijke brandbare stammen. De vlammen behoren door de wind tegen de reflector te worden geblazen. Je kunt aluminiumfolie tegen de reflector doen, waardoor het reflecterend effect nog wordt vergroot. Je kunt dit vuur maken als er iets geroosterd moet worden, maar ook als het erg koud is, want dan maak je zo'n vuur voor de opening van de tent.

stervuur Stervuur

Dit is een vuur dat lang kan doorbranden zonder dat je het bos in hoeft om nieuw hout te halen. Je schuift namelijk gewoon de dikke balken (bijvoorbeeld eik en beuk), die met hun uiteinden in het vuur zijn gelegd, iets meer naar het midden.

Kriskrasvuur

Ook dit vuur begin je met een teepeh. Daaromheen bouw je weer een pagode, die je helemaal opvult met dunner hout. Als het vuur brandt moet je zorgen dat je doorgebrande houtjes en balkjes op tijd vervangt. Dan kan het vuur heel lang in de originele vorm blijven branden en zal het niet instorten. Je houdt van dit vuur een enorme berg as over. Een kriskrasvuur is minder geschikt voor een kampvuur, omdat je constant bezig bent met stoken, wat er hinderlijk kan zijn bij een kampvuur programma

Kuilvuur

Dit bijzonder voor koken geschikt vuur, straalt de warmte naar boven uit. Men graaft een rond gat en plaatst de stammetjes dicht naast elkaar tegen de wind. Op de bodem van de kuil ontsteekt men een fel vuur. Het vuur brandt de stammetjes langzaam op.


Handig om vuur aan te steken

Om je houtvuur aan te maken gebruiken je geen spiritusblokjes, petroleum, wasbenzine, gewone benzine, aanstekers, mengsmering of explosieven.
Wel kan je goed gebruiken is:

Berkenpapier

Dit is de buitenste laag van de bast van de berk. Je gebruikt dus de buitenste laag van de bast. Wanneer je de hele bast gebruikt gaat de boom dood. Laten zitten dus.

Gespleten hout

Als het hout erg nat is geworden door langdurige regenval, kun je dikkere balken splijten. Het kernhout van zo'n balk is vrijwel altijd nog droog.

Harsmannetjes

Dit zijn de witte bolletjes die vooral aan de knoppen van jonge dennenbomen zitten. Hier heeft een vlindertje een eitje afgezet het uitgekomen rupsje heeft zich in de dennentwijg geboord, waardoor hars naar buiten is gevloeid.

Kaars

Smelt wat kaarsvet in een blikje en doop daar voorwerpen in die gemakkelijk branden (zachtboard, krant).


Terug naar boven